“Met elkaar, van elkaar en door elkaar leren”

De Nieuwste is een mavo, havo, vwo school die streeft naar een leergemeenschap. Dat betekent met elkaar, van elkaar en door elkaar leren.

“Het is mijn rol deze leergemeenschap te faciliteren en te organiseren. Een brugklasser stapt zelf niet op iemand van 5 vwo af om aan te geven dat hij moeite heeft met wiskunde. Wij faciliteren en leren aan dat leerlingen dat in verloop van tijd wél zelf gaan doen. Dan bereik je iets moois en kom je tot samenwerking,” vermoedt Camiel Kamerling, mentor mavo/havo/vwo, leerjaar drie op de Nieuwste School in Tilburg.

Vertrouwensband
Omdat de school een unieke methode hanteert, legt hij het principe eerst kort uit: “Wij hebben geen klassen, maar groepen en het lokaal heet een huiskamer. Het is de ruimte van de leerlingen waar ze de hele dag zitten. Zij zijn er verantwoordelijk voor. De leraar –die we expert noemen- bezoekt de leerling in plaats van dat de leerlingen naar een andere ruimte gaan. Ik ben de makelaar tussen de leerling, expert, ouders, zorg en de externe instanties. Onderling werken we continu samen.”

Van elkaar leren, verbinden en afspraken maken
Samenwerken is volgens Camiel van elkaar leren. “Een mavo leerling kan misschien heel goed presenteren, daar kan een vwo’er van leren. Een vwo leerling kan wellicht minder plannen dan een havo leerling.” Samenwerking is volgens hem ook afspraken maken. “Tussen mij en de leerling. Ik ken bijna alle leerlingen op school. Mij kennen ze in elk geval. Van de kinderen uit leerjaar drie weet ik precies wie de ouders zijn. Samenwerken is verbinden. De driehoek leerling, ouder en mentor is van belang. Afspraken die ik met leerlingen maak, moeten ook thuis bekend zijn. Als er thuis iets voorvalt, vind ik het fijn dat ik dat weet. Dan kun je voor elkaar zorgen. Wij hebben elkaar continu nodig. Als een vader voor een tweede keer gaat trouwen en de leerling vindt dat geweldig, dan zorg ik voor verlof. Als het ergens in de driehoek vastloopt, gaan we in gesprek. Dat kan zijn bemiddelend, spiegelend, uitleggend en of begrip kwekend.”

Horizon verbreden
“Als mentor ondersteun ik leerlingen in hun zelfontplooiing. ‘Kennen’  en ‘kunnen’ doen ze op iedere school. Daar hebben wij de expert voor. Op de Nieuwste komen daar ‘willen’, ‘worden’ en ‘zijn’ bij. Die ondersteuning ligt bij de mentoren. Om de horizon van leerlingen te verbreden, halen we de buitenwereld binnen en nemen we de leerling mee naar buiten. Leerlingen volgen vaak hun ouders in beroepskeuze. Wij laten ze verder kijken. Brengen bezoeken aan bedrijven en gaan de samenwerking aan om goede stageplekken te vinden.”

Diep leren
Camiel werkt samen met de leerlingen aan onderzoekend leren. Hij schetst: “Als een leerling een thema moet onderzoeken met als resultaat een betoog dan leert deze bij geletterdheid hoe je een betoog schrijft. Hierdoor kom je tot diep leren. Dat proces mag ik begeleiden. Ik ga in gesprek over bronnen, hoe ze een gesprek aangaan met een bron, wat goed ging en wat niet. We werken veel samen, ook daar moet je op reflecteren. Wat is jouw rol tijdens een vergadering, hoe acteer je in een groep. Dat geeft interessante gesprekken.”

“Met plezier kun je veel bereiken”

Astrid van den Hoogenband heeft jarenlang een zwemmersgezin gerund. ‘De moeder van’ is zelf ook geen onverdienstelijk zwemster. Ze kwam uit voor de Nederlandse zwemploeg en miste in 1976 op een haar na de Olympische Spelen. In tegenstelling tot haar oudste zoon Pieter en jongste zoon Robert ging zij voor de lange afstand.

Alles draaide in huize Van den Hoogenband om sport. “Een drukke, maar geweldige periode,” kijkt Astrid terug. Het begon toen ik zwemtraining ging geven. Van jongs af aan ging zoon Pieter mee en ook dochter Veronique lag vaak in het water. Zij koos uiteindelijk voor hockey. “Gelukkig deed ze dat op plaatselijk niveau, want behalve met Pieter moest ik ook met zoon Robert de wereld over.” Hij stapte namelijk in navolging van zijn vader over van zwemmen naar het Nederlands waterpoloteam waar hij mee deed aan Europese kampioenschappen. “Toch was er nog voldoende tijd om mijn dochter een paar jaar te coachen op de hockey,” lacht Astrid.

Thuisfront moet meewerken

Lachen doen ze veel bij de familie Van den Hoogenband. “Je kunt talent hebben, maar als je geen plezier hebt, wordt het niets.” Weet Astrid als geen ander. Ze gaf jarenlang jongeren les bij zwemschool PSV in Eindhoven en zag keer op keer dat het geen enkele zin heeft om kinderen te pushen. Ze moeten zelf willen en vragen wanneer ze weer mogen trainen anders houd je het niet vol. Ik heb altijd tegen Pieter gezegd dat hij voor zichzelf zwemt. Zodra hij zwemmen niet meer leuk vond, moest hij vooral snel stoppen.” Bij Pieter is dat nooit im frage geweest. “Sporten is zoveel meer dan talent. Ook mentaal telt mee en het geluk van geen blessures. En dan moet ook het thuisfront nog mee wíllen en kúnnen werken.” Dat was met een sportieve ma Van den Hoogenband als spin in het web geen issue.

Tijd voor het echte werk

“Het viel me al snel op dat als ik iets voordeed in het zwembad dat Pieter me nadeed. Hij vond zwemmen leuk en was leergierig. Ik heb Pieter van z’n 8ste tot zijn 14de zelf getraind. Terwijl hij ook nog tenniste, versloeg hij in het zwembad leeftijdgenoten in Brabant en al snel in heel Nederland. Dat ging maar door. Tijdens de jeugd Olympische Spelen in 1994 won hij en werd het tijd voor het echte werk.” Na zes jaar is Astrid een trainer/coach gaan zoeken die tijd had om hem fulltime te helpen. “Moedercoach zijn ging goed, maar het niveau werd te hoog. Toen kwam Jacco Verhaeren en dat is altijd zijn trainer gebleven en is inmiddels zijn beste vriend. Ik ging verder met het begeleiden van andere talenten.”

Strakke planning

“Best een drukke en hectische tijd, maar we zijn er in opgegroeid,” vertelt Astrid. “Als moeder kon ik goed tegen de hectiek. Dat was ik vanuit de zwemwereld gewend. Het liep perfect thuis.” Zo’n sportgezin vraagt enkel om een strakkere organisatie. “’s Middags kookte ik al voor het avondeten. Dat nuttigden we direct na school, om 15.30 uur. Daarna reed ik met drie kinderen op de achterbank naar het zwembad en waren we rond half 8 pas thuis. Mijn man was traumachirurg en at meestal een magnetronmaaltijd die ik voor hem klaarzette. Om alles rond te krijgen, hadden we een strakke planning van slapen, opstaan, eten en trainen,” denkt Astrid terug. “Wat dat betreft zijn de kinderen opgevoed met discipline en regelmaat.”

Eigen rol en taak

Pa Van den Hoogenband was 25 jaar clubarts bij voetbalvereniging PSV dus het hele gezin bezocht ook nog eens alle thuiswedstrijden. “Alleen op zondag hadden we gezamenlijk ontbijt. Het ging altijd goed en we kijken er allemaal met plezier op terug.” Het kwam mooi uit dat pa Van den Hoogenband het maar saai vond om uren in een zwemarena te zitten om Pieter een paar seconden te zien zwemen. Als het lukte, ging hij altijd met Robert naar waterpolo. Ik ging (zeker toen ik hem nog trainde) met Pieter mee. Veronique was gelukkig een gemakkelijk kind en vond het allemaal best. Mijn ouders paste vaak op. Zo had ieder zijn rol en taak om alle sportevenementen in goede banen te leiden.”

Hele belevenis

Toen Pieter eindelijk z’n rijbewijs had en alleen naar trainingen kon, reed ik met Robert naar waterpolo in Zeist. De jongens schelen zes jaar. Van het ene kampioenschap gingen we naar het andere. Het hele gezin reisde altijd mee naar het buitenland. Mijn man zat in de medische begeleiding van het Nederlands team dus die was er toch. We zijn naar de Spelen in Sidney, Beijing, Athene en Atlanta geweest. We hebben de mooiste momenten van ons leven beleefd.” Op de vraag wat het mooiste moment van haar leven was, zegt Astrid: “Het moment waarop je je kinderen krijgt, maar dat maken zoveel mensen mee.” En dan: “De eerste keer dat Pieter Olympisch kampioen werd. Dat was in Sidney op de 200 meter vrije stag. Hij moest tegen Ian Thorpe, de gedoodverfde Australische kampioen. Er zaten 17.000 mensen in het stadion, waarvan 14.000 voor Thorpe. Toen Pieter aantikte en het wereldrecord zwom, was het Olympisch Stadion drie seconden doodstil. Toen begon iedereen te juichen voor Pieter,” vertelt ze trots. “Ik kon het niet bevatten Vier jaar later herhaalde hij dat op 100 meter vrij. De eerste keer was zo onverwacht en onwerkelijk. Het hele gezin was erbij. Net als vrienden en de bestuursleden Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland die mijn man had opgezet. We hebben met een grote groep aan de andere kant van de wereld feest gevierd. Echt leuk!”

Vingertoppen bewegen

“Qua planning thuis heb ik nooit stress gevoeld, maar als je kind tijdens de Olympische Spelen op een startblok staat, word je gek. Dan is de spanning gigantisch. Als een kind moet afzwemmen voor het zwemdiploma of optreedt in de eindmusical van groep 8 is dat ook spannend, absoluut. Maar als je zoon in 48 seconden moet laten zien waar hij zich de afgelopen vier jaar kapot voor getraind heeft…..dat is even andere koek. Als hij op het startblok één keer met z’n vingertoppen beweegt, is hij af. Zenuwslopend.”

Koffers pakken

Inmiddels heeft Astrid de tijd aan zichzelf. “Alle drie de kinderen hebben kinderen, dus daar passen we af en toe op. Twee keer per week geef ik nog revalidatietraining. Mijn man ik vinden sporten heerlijk en het houdt bovendien de geest soepel. We zitten graag op de spinningfiets en de mountainbike. Mijn man is chef arts bij NOC*NSF en is veel vaker thuis dan vroeger.” Ze hebben dankzij de sportieve prestaties van de kinderen al veel van de wereld gezien, maar zodra de kans zich voordoet, pakken ze de koffers en gaan ze op reis.

Van Spaendonck viert 100 jaar met boekpresentatie Vereniging 3.0

Dit jaar viert Van Spaendonck haar 100 jarig jubileum. Tijdens ons Zomerevent, 4 juli j.l. vierden wij niet alleen deze bijzondere mijlpaal, maar presenteerden we ook het boek ‘Vernieuwen met Vereniging 3.0’ van Ivan Pouwels.

In ons 100 jarig bestaan hebben wij als Van Spaendonck al vele ontwikkelingen door samenwerking vorm mogen geven. Samenwerking lijkt nóg meer van deze tijd dan ooit en is niet meer begrensd binnen juridische entiteiten en organisaties. De digitalisering maakt het mogelijk, de snelheid van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vraagt het en er is zelfs een politieke wenselijkheid omdat we nu eenmaal niet alle maatschappelijke issues op het conto van de overheid kunnen schuiven.

De huidige ontwikkelingen vragen van hedendaagse samenwerkingsverbanden, zoals branche- en beroepsverenigingen, wel een transitie. Een transitie die wij enige jaren geleden hebben geduid met de term ‘Vereniging 3.0’. Het wenkend perspectief dat met Vereniging 3.0 is neergezet laat zien dat verenigingen zich constant vernieuwen, maatschappelijke vraagstukken kunnen oplossen en een bijdrage kunnen leveren aan innovatie van de sector of het beroep.

De afgelopen jaren hebben we Vereniging 3.0 steeds verder ontwikkeld en in de praktijk gebracht. Uit onderzoek van o.a. grondlegger Ivan Pouwels blijkt ook dat organisaties die lid zijn van een vereniging meer innovatie laten zien. Dat is goed nieuws: verenigingen bieden een grote hoeveelheid aan kennis – know how en de mogelijkheid tot verbinding met elkaar – know who. In Vereniging 3.0 is dat belangrijker dan ooit.

Naast het Zomerevent, organiseren wij in het kader van ons 100 jarig jubileum vele andere activiteiten. Neem een kijkje op deze site en laat je inspireren!