“Alleen samen kom je verder dan het geijkte”

Choreograaf en danser Joost Vrouenraets danste 28 kilometer de ‘Tour de Danse’ van Heerlen naar Maastricht en is bekend van dansgezelschap Gotra. Hij stelt: “Het beroep van choreograaf kan niet bestaan zonder samenwerking.”

“Ik doe álles in dit vak samen. Van het onderzoek tot het schrijven en de uitvoering van een stuk. Zonder dansers, lichtmensen, decorbouwers, componisten, managers en productieleiders ben ik nergens. Continu zijn we met elkaar aan het communiceren om samen tot een geheel te komen. Ik geloof er niet in dat je als leidinggevenden anderen kan opleggen wat ze moeten doen. Zeker niet in mijn vak, want ik werk met andermans lichaam, intelligentie en achtergrond. Dit betekent fysiek en technisch naar anderen luisteren. Wat gaat er in iemand om? Hoe voelt iemand zich écht?”
Joost nodigt mensen uit eerlijk te zijn. En kritisch. “Hopelijk nemen ze deze uitnodiging aan en verrast iemand me als deze reageert om mijn voorstel. Ík moet als choreograaf inspirerend zijn, maar het is ook belangrijk dat ik me láát inspireren. Het is namelijk lastig jezelf te verrassen vanuit je eigen denkpatroon. Alleen samen kom je verder dan het geijkte. Door zaken vanuit een ander perspectief te bekijken, krijg ik een andere textuur. Samenwerking creëert nieuwe kennis.” 


Eigen ego loslaten

Samenwerking vraagt wat Joost betreft om openheid, doorzetting, flexibiliteit en weten waar je voor staat zodat je niet volledig meegetrokken wordt in andermans idee. “De honger naar de kennis van iemand anders moet groot zijn.” Samenwerken betekent je ego loslaten. Wat Joost helpt om af en toe zijn eigen ego te parkeren, is vanuit een derde persoon te denken. “Zonder dat ik daarbij mezelf uit het oog verlies. Ik zoek eerlijkheid en openheid. Daar selecteer ik mensen op, want ik wil natuurlijk graag mensen om me heen verzamelen die iets nieuws naar de tafel brengen.”

Ik schrijf samen met iemand een stuk en vraag ze om binnen die kaders mee te onderzoeken en voorstellen te doen. Gaandeweg kunnen mijn kaders vervagen zolang we ons maar bewust zijn wat er in het proces gebeurt.” Joost verduidelijkt: “Ik zet een proces in gang, maar probeer wel te blijven sturen. De bestemming staat vast, maar de weg ernaar toe kan anders worden. Meestal niet kabbelend vooruit. Soms stroomopwaarts en soms komen we zelf rotsen tegen. Of een waterval. En soms vallen we helemaal droog. Mensen stappen gedurende de weg die we volgen op en af.”

 

Draagvlak creëren

“Mensen bewegen altijd, ook in gedachten. Het is belangrijk dat te blijven ontwikkelen, want dingen blijven altijd veranderen. Wil je mensen meekrijgen, dan moet je ze blijven voeden. Communicatie is van groot belang anders heb je geen draagvlak. Plezier in het werk is nodig. Ik zou geen mensen aan boord willen hebben die liever niet op de boot zitten. Ik zoek mensen die het avontuur aan willen, ook als ze het risico lopen op een nat pak. Onderweg kan van alles gebeuren, maar het is de kunst de boot niet te laten muteren.” 

 

Mastergraad choreografie

Voor Joost is dans een mogelijkheid het leven te proberen te begrijpen. “Dans is van en voor iedereen. Ik kan er mensen mee bereiken die anders misschien niet gehoord worden, maar het zijn geen levenslessen. Ik vier liever dingen groots dan dat ze in een klein gezelschap besproken worden.” 

Om zelf ook te blijven bewegen, is Joost gestart met een mastergraad in choreografie. “Terug naar de basis om vervolgens verder te ontwikkelen. Ik laat me nu uitnodigen in plaats van dat ik alles zelf organiseer.”

“Rekening houden met elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden”

De arbeidsmarkt verandert, maar hoe speelt het onderwijs daarop in zodat er een goede aansluiting blijft bestaan op de praktijk? Voorzitter van de Vereniging Hogescholen, Maurice Limmen, voelt zich verantwoordelijk en wil deze uitdaging graag sectoroverstijgend oppakken.

Door digitalisering, globalisering en technologische ontwikkelingen verandert de arbeidsmarkt snel. Om bij te blijven, ontkomen we er niet aan om te blíjven leren. Maar dat is lastiger dan je denkt, want waarheen moet iemand zich ontwikkelen als niet bekend is hoe de toekomstige arbeidsmarkt er precies uit komt te zien? “Dat is een interessante uitdaging die ik graag samen met het middelbaar beroepsonderwijs, de universiteiten, studenten, het bedrijfsleven en de politiek oppak.”

Waardevolle wisselwerking
Hogescholen hebben volgens Maurice een vooraanstaande positie in dit geheel, omdat zij praktijkgericht onderzoek doen. Maurice legt uit: “Praktijkgericht onderzoek op hogescholen is methodisch verantwoord, maatschappelijk relevant en draagt bij aan de vernieuwing van het onderwijs en innovatie van de beroepspraktijk. Het onderzoek wordt gevoed door vragen van mkb-ondernemers en zorgt voor een unieke en waardevolle interactie tussen onderwijs, onderzoek en het bedrijfsleven. Het mkb is een belangrijk deel daarvan omdat veel van onze hbo-studenten in het mkb gaan werken.”

Loopbaan én studiekeuzebegeleiding
Behalve de aansluiting op de arbeidsmarkt, is het volgens Maurice van belang dat studenten niet alleen geholpen moeten worden bij een loopbaankeuze, maar ook bij het maken van de juiste studiekeuze. “Voor volwassenen is het vaak al lastig om ondernemer te zijn van de eigen loopbaan, laat staan voor jongeren. Het is zaak dat ze te helpen aan zekerheid in een wereld die onoverzichtelijker wordt. Dat betekent dat het belangrijk is dat we in het onderwijs een koers uit zetten voor de langere termijn. Het gevaar is namelijk om heen en weer te schieten; het is de kunst zorgvuldig te laveren en besluiten vast te zetten. Het onderwijs is nu eenmaal een langcyclus proces.”

Maatschappelijk probleem oppakken
Ook een publiek-private samenwerking is nodig. “We zien tekorten in bepaalde sectoren. Om deze tegen te gaan, is het belangrijk dat het onderwijs en het bedrijfsleven het goede gesprek voeren. Dat ze samen kijken hoe de veranderende arbeidsmarkt en het onderwijs op elkaar aan te sluiten zijn. Dit werkt het beste als ondernemers en het onderwijs eerlijk op tafel leggen waar de obstakels zitten en wat het doel is dat ze samen zouden willen bereiken. Zo leren ze elkaar kennen en kunnen ze rekening houden met elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Hier ligt tevens een politieke rol, want functies in sectoren waar een tekort aan is of gaat komen, moeten wel interessant zijn. Veel zaken grijpen in elkaar.” Maurice herkent dat uit zijn vorige functie als CNV voorzitter. “Buitengewoon interessant om met elkaar een maatschappelijk probleem op te pakken. Dit is precies de reden dat ik eind 2018 voor de functie als voorzitter van de Vereniging van Hogescholen gekozen heb.”

Flexibilisering van het cursusaanbod
“Terwijl we deze transitie sectoroverstijgend beetpakken, zitten we natuurlijk als Vereniging Hogescholen niet stil. Behalve met het praktijkgerichte onderzoek, zijn hogescholen nadrukkelijk bezig met flexibilisering van het opleidingsaanbod voor werkenden. Met deze flexibele modules spelen we in op de wens om in eigen tijd en eigen tempo leerdoelen te behalen. Maar ook de 2-jarige Ad-opleiding (Associate Degrees) komt tegemoet aan de behoefte van veel mbo’ers. Met deze mogelijkheid kiezen mensen voor een hbo-opleiding die anders misschien nooit voor het hoger onderwijs gekozen zouden hebben. Want ook al ben je nooit uitgeleerd, een diploma halen is en blijft het eerste doel.”

 

“Wil je blijven bestaan, moet je jezelf continu opnieuw uitvinden”

Het Nederlandse bestuur van EY zet zich in voor medewerkers om een werkplek te creëren waar groei en ontwikkeling op de eerste plaats staan. De purpose van EY is ‘building a better working world’. Daar geeft EY invulling aan door met haar diensten bij te dragen aan een betrouwbaar financieel systeem en honderden mensen per jaar op te leiden tot professionals die later ook in andere bedrijven werkzaam zullen zijn.

Millennials: transparant en flexibel

Om te weten wat voor mensen EY binnenhaalt (en dus weer laat doorstromen), heeft ze onderzoek gedaan naar millennials. De mensen geboren tussen het jaar 1980 en 2000 blijken vooral transparantie te zoeken. Ze willen uitleg over het ‘waarom’. Verder hebben ze flexibiliteit hoog in het vaandel staan. Ze zoeken werk dat past binnen hun levensfase. Zij verwachten dat de werkgever zich plooit rondom hun levensfase in plaats van dat zij zich moeten aanpassen. Het is volgens Mirjam een algemene trend dat het niet langer om leeftijd gaat, maar om de behoeften binnen en bepaalde levensfase. Ze schetst: “Ben je mantelzorger dan verwacht je andere dingen van je werkgever dan als je net een gezin gesticht hebt.” Daarom vindt Mirjam het zo belangrijk dat de menselijke maat terugkomt. “Steek tijd in medewerkers, kijk wat ze willen en maak het niet onnodig ingewikkeld voor ze. Dat werpt vruchten af.”

De toekomst: vertrouwen en snelheid

In de toekomst draait het volgens Mirjam vooral om vertrouwen. Ze legt uit: “Het is belangrijk dat mensen zich veilig voelen op hun werkplek. Dat ze fouten durven en mogen maken, zelf mogen agenderen en met de werkgever in discussie kunnen. Als je elkaar vertrouwt, durf je elkaar aan te spreken en kom je samen tot hogere hoogtes.” Klinkt eenvoudig, maar Mirjam geeft toe: “Bouwen aan vertrouwen is heel moeilijk, zeker als mensen zelf onder druk komen te staan. We zien dat bedrijven en organisatie die vanuit angst regeren niet innoveren en verbeteren. Zonder vertrouwen kom je er simpelweg niet. Vertrouwen zorgt voor snelheid. Ga maar na: als iemand die je vertrouwt een innovatief idee heeft, laat je deze eerder z’n gang gaan dan als je iemand niet vertrouwt. In dat laatste geval gaat er veel tijd verloren. Het idee moet namelijk nog over twee andere bureaus en misschien gat er nog wel een onderzoek overheen. Dan mis je de snelheid die nodig is om snel aan te kunnen passen. Bedrijven die nu groot zijn, zijn niet voortgekomen uit bestaande bedrijven. Über is niet ontstaan door een taxibedrijf en het concept Airbnb komt niet voort uit de Hilton Keten. Kortom: wil je blijven bestaan, moet je jezelf continu opnieuw uitvinden. Blijven kijken wat klanten vragen en hoe je je daarop snel kunt aanpassen.”

Verschillen zijn goud waard

Als lid van de Raad van Bestuur van EY kijkt Mirjam vooral naar de talent-agenda. “Ik kijk of we voldoen aan wat we voor ogen hebben. Ik check bijvoorbeeld of beoordelingssysteem transparant zijn en verbeter samenwerking door over trust te praten. Ik ga het goede gesprek aan met partners en probeer vertrouwen in te bedden in leiderschapstrainingen. Dat vraagt om teamwork.” Daaronder verstaat ze verschillende competenties bij elkaar zetten die samen de oplossing brengen voor een probleem. “Daarbij is het van belang van elkaar te snappen en vooral te accepteren dat mensen niet allemaal hetzelfde zijn. Juist verschillen zijn goud waard.” Een team moet wat haar betreft divers zijn in leeftijd, gender en etniciteit. 

Plezier in je werk

We halen volgens Mirjam nog maar een fractie uit medewerkers. “Niet in de zin van harder werken, maar in de zin van alle capaciteiten en ideeën van mensen benutten. We duwen mensen te veel in een functie. Werk zou meer vanuit een probleem ingevuld moeten zijn. Als mensen je door de poort van het bedrijf stappen, denken ze vaak dat ze de helft van hun persoonlijkheid thuis moeten laten. Of er uit moeten zien zoals iedereen. Ze laten zich in een keurslijf duwen. Bedrijven waar mensen werken die trots zijn op het product of de dienst, de baas vertrouwen en plezier hebben met elkaar: verdienen het meest.” Mirjam besluit: “Zonder plezier geen ondernemerschap. Je moet je werk serieus nemen, maar een zekere luchtigheid is nodig om door te kunnen denken.”

“Ga vaker in de schoenen van de klant staan”

Veel ondernemers worstelen met het aanpassen van hun processen en propositie aan de huidige marktontwikkelingen. Een ondernemer brengt het bedrijf liever niet verder via trial-and-error, daarom helpt Jan Willem Alphenaar vanuit Next Business Academy ondernemingen naar de volgende stap. Hij richt zich daarbij vooral op het effectief gebruik van LinkedIn voor sales en marketing. 

Bedrijf versterken met tooling
Iedereen heeft tegenwoordig een LinkedIn account. Vaak is het niet meer dan een online visitekaartje. Een handige plek om vacatures te plaatsen en af en toe een mening te spuien. Het krijgt hierdoor de eigenschap van een social medium, maar het is volgens Jan Willem zoveel meer. “Het is een business tool. Vooral met de premium pakketten van LinkedIn kunnen ondernemers zonder al te veel moeite business binnenhalen,” weet Jan Willem. “Zeker als je de werkwijze implementeert in de standaard processen van het bedrijf.” Vooral LinkedIn Sales Navigator vindt hij van grote toegevoegde waarde. Zowel om nieuwe klanten te werven als om bestaande klanten meer te laten kopen. “Wij duiken in een organisatie. Hoe ziet het bedrijf eruit? Hoe lopen de processen? Hoe versterken we het bedrijf met tooling van LinkedIn? Wij regelen het geheel in en stellen reële doelen over leads en afspraken. Om succes te garanderen, blijven we de verkopers online coachen na de training. We overleggen gedurende het traject waar ze tegenaan lopen en bevragen ze waarom ze doen wat ze doen. Eventueel trainen we ze ook hoe een koffiegesprek tot een deal leidt. Deze manier van werken vraagt om de juiste denk- en werkwijze daarom verweef ik me tijdelijk met het bedrijf. ” 

Koude acquisitie wordt warm

“Voor LinkedIn geldt: deel wat de ander wil horen, niet wat jij zelf kwijt wilt. Ga dus eens wat vaker in de schoenen van de klant staan,” stelt Jan Willem voor. “Deel kennis die waardevol is voor de klant. Je geeft 10 procent weg om vervolgens 90 procent te verkopen. Als je LinkedIn op de juiste manier inzet, maak je koude acquisitie warm. De kennismaking en het vertrouwen is online al gebeurd, dus geen waardeloze afspraken meer.” De eye-opener die Jan-Willem onder meer met ondernemers deelt: het gaat niet alleen om je eigen netwerk. Denk ook aan het netwerk van je netwerk. Onderschat de kracht niet van het feit iedereen met elkaar in verbinding staat.”

Ondernemersles

Jan Willem heeft 9 boeken geschreven waarvan 5 over LinkedIn. Hij is spreker, trainer en consultant. Hij heeft sinds hij met zijn webdesignbureau in 2003 failliet ging zo min mogelijk mensen in dienst. Hij huurt indien nodig professionals in die waardevolle kennis van andere organisaties waar ze voor werken mee nemen. “Een faillissement meemaken, is mijn beste ondernemersles. Het is natuurlijk enorm pijnlijk en je verliest behalve bezittingen een stuk van jezelf, maar het is een mooi moment van bezinning. Ik ben er absoluut wijzer van geworden. Mijn belangrijkste ondernemersles is dat het prima is om zaken op gevoel te doen, maar… leg afspraken goed vast.”

“Een vraag stellen, brengt innovatie teweeg”

Als bestuurslid van het Radboud Universitair Medisch Centrum Nijmegen had Cathy van Beek behalve patiëntveiligheid, patiëntenparticipatie en kwaliteit ook duurzaamheid in haar portefeuille. Toen haar contract afliep, was het voor haar hét moment om een wens in vervulling te laten gaan: voor zichzelf beginnen. Ze bouwt als zzp’er duurzaamheid verder uit, op een breder vlak. 

Duurzaamheid is een containerbegrip dat volgens Cathy omarmd moet worden. “Als je er vanwege de veelzijdigheid een integraal concept van maakt, komt het bij mensen in de genen om alles wat ze doen, duurzaam te doen. Dan is het makkelijker te positioneren. Het moet expliciet ergens in de top in een portefeuille verankerd zijn,” stelt ze. 

Bruggen bouwen
Toen Cathy haar bedrijf Leaning Sustainable Healthcare startte, was het een kwestie van tijd voordat het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport haar contracteerde. Ze werd kwartiermaker voor duurzame zorg. Dat doet ze met hart en ziel. Daarnaast is ze verbonden aan het Radboudumc en de Radboud Universiteit om verbindingen te leggen en groene initiatieven nog nét wat verder te brengen. Mensen inspireren en bruggen bouwen.

Geslachtsverandering vissen
“Elke verpleegkundige en dokter ergert zich eraan dat er zoveel wordt weggegooid in de zorg,” weet Cathy. “Denk aan ziekenhuisvoedsel dat volgens patiënten niet smaakt, maar ook aan materialen die na een operatie weggegooid worden. Wij verbranden ziekenhuisafval en dragen daarmee direct bij aan de luchtvervuiling. Dus aan de ene kant veroorzaken we COPD en aan de andere kant proberen we patiënten weer gezonder te maken.” Cathy verduidelijkt: “Een oncologisch chirurg vertelde laatst in een interview in het Financieel Dagblad dat hij de helft minder patiënten zou hebben als de veestapel in Brabant substantieel gereduceerd zou worden. Moet je nagaan. Ook blijkt dat vissen een geslachtsverandering ondergaan doordat ze in water zwemmen waarin geslachtshormonen zijn achtergebleven, die via de urine van vrouwen die de anticonceptiepil slikken in het water terechtkomen.”

Innoveren begint met vragen stellen
Er zijn veel voorbeelden te geven: “De contrastvloeistof die een radioloog toepast, is enorm belastend voor het milieu. Via de urine van de patiënt komt deze niet-afbreekbare stof in het riool.” Cathy gaat over dit soort onderwerpen gesprekken aan, brengt mensen bij elkaar en stelt ze de vraag of het niet anders kan. “Ongekend wat daaruit komt. Het Deventer Ziekenhuis heeft een proef gedaan om radioactieve urine op te vangen in zakken met absorberende korrels. Die proef is met veel inzet van menskracht geslaagd. Nu loopt er zelfs een project waarbij onderzocht wordt of de contrastvloeistof voor onderzoeken vervangen kan worden door lucht of water. Een vraag stellen, brengt innovatie teweeg. Artsen zeggen vaak: ‘Ik wist eigenlijk wel dat het niet goed voor het milieu was, maar de vraag was nooit expliciet gesteld of het ook ánders kan’.”

Minder apenrots, meer bijenkorf
“Ik merk dat leveranciers heel goed in staat zijn om medische apparatuur bijvoorbeeld te refurbishen waardoor de levensduur enorm verlengd kan worden. Ze staan zelfs al klaar. Maar ziekenhuizen blijven nieuwe vragen en willen liever niet lenen of delen. Artsen hebben liever hun eigen apparaat. Hoe hoger de ‘Tesla’ is van de MRI, hoe interessanter en machtiger een medisch specialist denkt te zijn. Duurzaamheid bevordert deze gedragsverandering. Wat mij betreft gaan we van ego-centrisme naar eco-centrisme. Het is niet langer: ik ben de belangrijkste op de apenrots. We moeten naar een bijenkorf waar iedereen dienstbaar is aan de patiënt/de planeet. Als artsen en verpleegkundigen op gaan staan en zich uitspreken over groene patiëntenzorg ontstaat een beweging die niet meer te stoppen is. De eerste schapen die over de dam gaan, zijn de leiders die willen samenwerken. Als verbindingsofficier probeer ik mensen te inspireren en te triggeren anders tegen het vraagstuk aan te kijken.”

 Minder lange wachtlijsten
Cathy adviseert: “Overwin angst en breek muren af. Werk samen dan ontstaan de mooiste initiatieven.” Het werkleven wordt er volgens Cathy veel mooier en zoveel interessanter door. “Omdat artsen door de huidige werkdruk alleen maar doordenderen, is er te weinig tijd om te reflecteren. Er moet iemand zijn die ze bij elkaar zet in een inspirerende omgeving. De benen moeten op tafel. De zorg moet zich afvragen: Is het goed wat we doen? Wat gebeurt er in de wereld om ons heen? Kan het ook anders, duurzamer?” Cathy stelt: “Als je alleen maar met het vak bezig bent, loop je het risico minder oog te hebben voor de behoeften van de patiënt. Dit kan ten koste gaan van de creativiteit je af. Het vak is belangrijk maar niet heilig; de patiënt in principe wel! Als je dat ziet, kun je in je eigen werk verdieping aanbrengen.

Laagje crème over de soep
Cathy vertelt: “Ik hou van specialisten die hun vak uitbouwen, maar er moeten ook generalisten zijn die verbindingen maken in de keten van de patiënt en die mensen aansporen buiten hun eigen box te denken. Niet medisch, niet verpleegkundig, maar met het patiënten belang voorop. Het herstel van een patiënt verloopt sneller als de voeding is afgestemd op de patiënt. De geur en smaak van kankerpatiënten met chemotherapie is bijvoorbeeld anders. Met een laagje crème over de soep wordt dat opgelost.”

Kan het duurzamer of groener?
Cathy wil het proces van verkwisting in de zorg een halt toe roepen. “Iedereen moet in een groene beweging komen. Het moet vanzelfsprekend worden om je bij alles af te vragen of het duurzamer of groener kan. Of het nu de nieuwbouw van een ziekenhuis betreft, het gebruik van materialen of een nieuw voedingsconcept.”
10 oktober 2018 startte de Green Deal ‘Duurzame Zorg voor een Gezonde Toekomst’. 132 partijen sloten meteen aan, zo’n 50 organisaties staan in de wachtrij. Het ministerie van VWS ondersteunt deze deal. De deelnemers beloven dat ze in alles wat ze doen het duurzaamheidsaspect meenemen. Met behoud van de (circulaire) economie. “We moeten over de bühne brengen dat bijvoorbeeld duurzame dienstkleding niet geassocieerd moet worden met geitenwollen sokken en jute zakken. Ook niet met de veronderstelling dat het wel peperduur zal zijn. Het kan heel modieus, ademend en met een prettiger draagcomfort. In het Radboudumc is dit gelukt. Door de Tencelvezel die gebruikt is, was 96 procent minder water nodig dan bij katoen.”

Kleine stapjes
“Iedereen die met de Green Deal in aanraking komt, is geboeid. Het zijn soms kleine stapjes die veel betekenen. Als medisch specialisten bijvoorbeeld bij dezelfde aandoening hetzelfde medicijn voorschrijven (een zogenaamd transmuraal formularium) worden aanzienlijk minder medicijnen weggegooid.” Cathy gaat tijdens rondetafelgesprekken, seminars, masterclasses en inspiratiesessies in gesprek. “Opeens zit het waterschap met de apotheker aan tafel. De apotheker vertelt wat voor stof er in (nieuwe) medicijnen zit en het waterschap laat weten of het dit kan scheiden en/of zuiveren. Het is een maatschappelijk verantwoordelijkheid de zorg zo duurzaam mogelijk te maken. Dat zijn we niet alleen onze kinderen verplicht, maar ook hún kinderen en kleinkinderen.”

“Het vermogen tot samenwerken is een overlevingsvoorwaarde voor een onderneming”

Berenschot helpt bedrijven hun relevantie en toegevoegde waarde veilig te stellen. “Het is verstandig dat ondernemers zich regelmatig afvragen: ‘Hoe zou ik het doen als ik morgen opnieuw zou beginnen’.” Aan het woord is Van der Molen, directeur Berenschot en tevens voorzitter Raad van Commissarissen Van Spaendonck Groep.

Juist door die vraagstelling heeft het mkb behalve met geleidelijke veranderingen te maken met abrupte wijzigingen op de (arbeids)markt. “Als je een eerste paal in de grond durft te slaan, zie je dat er zoveel meer mogelijk is dan je in eerste instantie denkt,” stelt Hans “Met één keer iets bedenken, ben je er niet. Het is van belang jezelf te blijven uitdagen, dat is de sleutel om succesvol te blijven.”

Focus aanbrengen

De kinderen van de schoenmaker lopen vaak op kapotte zolen. Dat willen ze bij Berenschot niet. “Ook wij moeten werken aan onze duurzame, economische en maatschappelijk waardecreatie. Dus moeten we ons verhaal over onze toekomst op orde hebben. We hebben de afgelopen 80 jaar een breed portfolio opgebouwd en zijn op vele markten thuis. Om focus aan te brengen hebben wij onze pijlen gericht op vier grote relevante en onderscheidende gebieden die sterk groeien. Daar gaan we ons de komende drie tot vijf jaar vol op richten,” vertelt Hans over zijn strategie en gaat verder: “Een van onze vier speerpunten is de energietransitie. Het een maatschappelijk relevant onderwerp dat hoog op de politieke agenda staat. Bovendien gaan er grote bedragen in om. Veel partijen willen iets, maar slechts weinigen weten hoe het verder moet. Daar gaan we groot op inzetten.”

Berenschot haalt vanuit haar kennis, ervaring en wetenschappelijke inzichten top consultants binnen. Mensen die ingevoerd zijn in de relevante omgeving. Die niet alleen de feiten kennen, maar ook daadwerkelijk aan de klimaattafel zitten en veranderingen kunnen bewerkstelligen. “Content, context en realisatiekracht zijn de bouwstenen van onze topadviseur.”

Complexe belangen velden

Het gaat er volgens Hans niet alleen om wat je doet met kennismanagement en de manier waarop je kennis en knowhow binnen de organisatie borgt, het gaat vooral om de vaardigheid om in een complexe context te snappen hoe de vraag in elkaar zit en wat er moet gebeuren. Daarom werkt Berenschot met teams. “De een heeft heel veel knowhow, de ander heeft realisatiekracht om iets in de praktijk te brengen. Wij zetten bijvoorbeeld een tijdje een programmamanager in een organisatie neer die helpt iets door te voeren. Dat kan gaan om leiderschapsontwikkeling, new business of een reorganisatie die moet worden doorgevoerd. Het gaat vaak om specialistische trajecten die de klant niet in huis heeft. Wij begeleiden deze trajecten tot het moment dat de organisatie er zelf verder mee kan.” Berenschot doet dit niet alleen met complexe vraagstukken binnen organisatie, maar ook waar het tussen organisaties ingewikkeld is. “Wij weten hoe de hazen lopen en kunnen uitstekend in dat veld acteren. Waar een ander hoofdpijn krijgt van complexe belangen velden, daar komt Berenschot op stoom.”

Gezamenlijke belangen

Het vermogen tot samenwerken is een overlevingsvoorwaarde voor organisaties. Om zaken efficiënter en betaalbaar te regelen, is vooral de samenwerking tussen bedrijven en de overheid onmisbaar. Hans: “Publiek-private samenwerking is de sleutel tot succes. Zowel maatschappelijk als economisch. Het mkb wil vaak best mee in veranderingen, maar vraagt zich af wie bijvoorbeeld de rekening betaalt voor de energietransitie. Er moet een positieve prikkel komen, dus iemand moet naar Den Haag. Dat moet je samen oppakken.” Dat is wat Hans betreft een kracht van Van Spaendonck: “Als neutrale partij branches verbinden zodat bedrijven die elkaar beconcurreren tóch kunnen samenwerken op gezamenlijke punten. Iedereen is gebaat bij bijvoorbeeld goede werknemers en eerlijke regelgeving.” 

Dagelijks merkt Hans dat de wereld van ‘vrienden en vijanden’ niet meer bestaat. Je concurrent van vandaag kan je samenwerkingspartner van morgen zijn. “We zien steeds vaker gelegenheidscoalities. Ook wij werken soms met concurrerende bureaus of leiden elkaars mensen op. Dat vraagt om een open mind. Samen zoek je de verbinding naar gezamenlijke belangen omdat je een hoger doel voor ogen hebt. Het is belangrijk om niet vanuit emotie zaken te bekijken, maar vanuit kansen,” tipt Hans. 

Kansen laten zien
Op de vraag wat de gemiddelde mkb-ondernemer nu heeft aan Berenschot is Hans helder. “Aan de ene kant kennen wij de grote werkelijkheid en de context van de economie. Aan de andere kant zijn wij uitstekend in staat kleinschalig oplossingen te bedenken. Voor zover we dat al niet weten, verdiepen we ons in de branche, de strategie en de vraagstukken van een mkb-onderneming en maken een analyse. Zo zijn we bijvoorbeeld in Suriname voor een familiebedrijf bezig met een groot strategisch vraagstuk. Je hebt te maken met besluitvorming van aandeelhouders, de familieleden en de cultuur. Het is belangrijk om te weten wat er speelt, welke belangen en rollen er zijn. Pas dán kun je ze kansen laten zien die niet bij ze op de radar stonden.” 

Verrassende oplossingen
Inhoud is per definitie belangrijk, maar je moet volgens Hans als partner ook serieus genomen worden. “In het mkb is ‘gelijk hebben en gelijk krijgen’ niet altijd hetzelfde. Het is de kunst de klant mee te nemen in het proces. Dat is precies waarin we ons onderscheiden van een expert-benadering.” Hans legt uit: “Wij komen niet binnen om een enorme hoeveelheid data en interviews onder de arm mee te nemen om vervolgens een week later de nieuwe strategie te presenteren. Wij werken langs een proces. Samen met de klant. Messcherp op analyse en adviezen. We hoeven ze niet te overtuigen, want dat is onderweg al gebeurd. De klant doet zelf mee en voelt direct eigenaarschap. Het is per slot van rekening zijn toekomst. Wij werken onder de motorkap. Het is altijd het succes van de klant. Wij halen voor het mkb een concurrentievoordeel binnen. Dat doen we met de klant vanuit een multidisciplinair team met adviseurs met een goede mix van verschillende kwaliteiten. Op het kruispunt van verschillende vakgebieden vind je verrassende oplossingen. Zet een natuurkundige en een psycholoog bij elkaar en er gebeuren verrassende positieve dingen.”

“Samen hebben we veel meer slagkracht voor innovatie”

“De verzekeringsbranche verandert. Achmea is niet een partij die enkel achteraf een schade vergoedt, we voorkomen schades zo veel mogelijk en werken hierbij samen met innovatieve partners,” vertelt bestuurder van Achmea Bianca Tetteroo. Ze vindt het mooi dat ze onderdeel is van zo’n veranderende wereld en daar nog invloed op uit kan oefenen ook. Die omslag van aanpak vraagt om waardevolle partners binnen en buiten de branche. “Samen hebben we veel meer slagkracht voor bijvoorbeeld innovatie.” Bianca schetst: “We zien in sommige gebieden veel meldingen van wateroverlast. Gezien het veranderende klimaat moet er iets gebeuren anders rijzen de premies straks de pan uit. Veilig Verkeer Nederland is een partner waarmee we de letselschades door verkeersongelukken proberen te beperken.” Bianca merkt dat relaties veranderen: “Bij Ziekenhuizen gaat het niet alleen om een scherp inkoopcontract voor de zorg, maar ze zijn ook een partner met wie we de zorg samen beter maken.”

Risico’s delen
“We zijn continu in gesprek en kennis aan het delen met partners, leden, klanten en de politiek. We luisteren naar elkaars belangen.” Samenwerken is Achmea niet vreemd. Sterker nog, solidariteit zit in de genen. Ruim 200 jaar geleden is Achmea ontstaan vanuit boeren die samen de risico’s wilden delen omdat ze de last van bijvoorbeeld een brand niet alleen konden dragen. “Ik werk nog steeds vanuit dit coöperatieve gedachtengoed,” bekent Bianca. “Op korte termijn zien we niet altijd effect, maar we kijken ook naar wat goed is voor de BV Nederland. Dat vind ik mooi van ons bedrijf.”

Gezamenlijk doel bereiken
In grote bedrijven ben je vaak afhankelijk van elkaar. “Als ik bijvoorbeeld een nieuw product wil lanceren, heb ik de productmanager nodig, de jurist en de IT-afdeling. Het geeft mij energie als ik samen met een gedreven groep mensen iets voor elkaar boks wat daarvoor onmogelijk leek. Samen resultaten boeken, is zoveel meer waard dan alleen op een kamertje achter een laptop zitten,” vindt Bianca en ze gaat verder: “Het is mijn taak om mensen met verschillend gedachtegoed en andere competenties bij elkaar te krijgen en in beweging te brengen. Dat geeft me een ongekende energie boost.”

Een goed team
Hard werken is daarbij nooit een probleem geweest voor Bianca. Werk en privé zijn keurig in balans. “Mijn man is ondernemer en daardoor flexibeler in zijn tijd. Zijn twee tienerdochters zijn er om het weekend, dus ik plan vooral extra afspraken als de meiden er niet zijn. Of ik werk ‘s ochtends vroeg als het gezin nog slaapt. Het is belangrijk dat je een goed team bent met je partner. Hij moet het ook allemaal maar oké vinden. Dat vraagt om afstemming. Dat gaat bij ons zeer goed.” Bianca en haar man delen de passie van zeilen. Ook op het water zijn ze een sterk team. “Ik navigeer. Mijn man doet de trim. De meiden gaan nu ook steeds vaker mee,” zegt ze trots. “Het is anderhalf uur rijden naar de haven. Gedurende de autorit zit ik met de laptop op schoot. Niemand die zich daaraan
stoort. Zowel in mijn werk als privé heb ik de juiste mensen om me heen en staat me niets in de weg om volle kracht vooruit te gaan.”

“Met elkaar, van elkaar en door elkaar leren”

De Nieuwste is een mavo, havo, vwo school die streeft naar een leergemeenschap. Dat betekent met elkaar, van elkaar en door elkaar leren.

“Het is mijn rol deze leergemeenschap te faciliteren en te organiseren. Een brugklasser stapt zelf niet op iemand van 5 vwo af om aan te geven dat hij moeite heeft met wiskunde. Wij faciliteren en leren aan dat leerlingen dat in verloop van tijd wél zelf gaan doen. Dan bereik je iets moois en kom je tot samenwerking,” vermoedt Camiel Kamerling, mentor mavo/havo/vwo, leerjaar drie op de Nieuwste School in Tilburg.

Vertrouwensband
Omdat de school een unieke methode hanteert, legt hij het principe eerst kort uit: “Wij hebben geen klassen, maar groepen en het lokaal heet een huiskamer. Het is de ruimte van de leerlingen waar ze de hele dag zitten. Zij zijn er verantwoordelijk voor. De leraar –die we expert noemen- bezoekt de leerling in plaats van dat de leerlingen naar een andere ruimte gaan. Ik ben de makelaar tussen de leerling, expert, ouders, zorg en de externe instanties. Onderling werken we continu samen.”

Van elkaar leren, verbinden en afspraken maken
Samenwerken is volgens Camiel van elkaar leren. “Een mavo leerling kan misschien heel goed presenteren, daar kan een vwo’er van leren. Een vwo leerling kan wellicht minder plannen dan een havo leerling.” Samenwerking is volgens hem ook afspraken maken. “Tussen mij en de leerling. Ik ken bijna alle leerlingen op school. Mij kennen ze in elk geval. Van de kinderen uit leerjaar drie weet ik precies wie de ouders zijn. Samenwerken is verbinden. De driehoek leerling, ouder en mentor is van belang. Afspraken die ik met leerlingen maak, moeten ook thuis bekend zijn. Als er thuis iets voorvalt, vind ik het fijn dat ik dat weet. Dan kun je voor elkaar zorgen. Wij hebben elkaar continu nodig. Als een vader voor een tweede keer gaat trouwen en de leerling vindt dat geweldig, dan zorg ik voor verlof. Als het ergens in de driehoek vastloopt, gaan we in gesprek. Dat kan zijn bemiddelend, spiegelend, uitleggend en of begrip kwekend.”

Horizon verbreden
“Als mentor ondersteun ik leerlingen in hun zelfontplooiing. ‘Kennen’  en ‘kunnen’ doen ze op iedere school. Daar hebben wij de expert voor. Op de Nieuwste komen daar ‘willen’, ‘worden’ en ‘zijn’ bij. Die ondersteuning ligt bij de mentoren. Om de horizon van leerlingen te verbreden, halen we de buitenwereld binnen en nemen we de leerling mee naar buiten. Leerlingen volgen vaak hun ouders in beroepskeuze. Wij laten ze verder kijken. Brengen bezoeken aan bedrijven en gaan de samenwerking aan om goede stageplekken te vinden.”

Diep leren
Camiel werkt samen met de leerlingen aan onderzoekend leren. Hij schetst: “Als een leerling een thema moet onderzoeken met als resultaat een betoog dan leert deze bij geletterdheid hoe je een betoog schrijft. Hierdoor kom je tot diep leren. Dat proces mag ik begeleiden. Ik ga in gesprek over bronnen, hoe ze een gesprek aangaan met een bron, wat goed ging en wat niet. We werken veel samen, ook daar moet je op reflecteren. Wat is jouw rol tijdens een vergadering, hoe acteer je in een groep. Dat geeft interessante gesprekken.”

“Met plezier kun je veel bereiken”

Astrid van den Hoogenband heeft jarenlang een zwemmersgezin gerund. ‘De moeder van’ is zelf ook geen onverdienstelijk zwemster. Ze kwam uit voor de Nederlandse zwemploeg en miste in 1976 op een haar na de Olympische Spelen. In tegenstelling tot haar oudste zoon Pieter en jongste zoon Robert ging zij voor de lange afstand.

Alles draaide in huize Van den Hoogenband om sport. “Een drukke, maar geweldige periode,” kijkt Astrid terug. Het begon toen ik zwemtraining ging geven. Van jongs af aan ging zoon Pieter mee en ook dochter Veronique lag vaak in het water. Zij koos uiteindelijk voor hockey. “Gelukkig deed ze dat op plaatselijk niveau, want behalve met Pieter moest ik ook met zoon Robert de wereld over.” Hij stapte namelijk in navolging van zijn vader over van zwemmen naar het Nederlands waterpoloteam waar hij mee deed aan Europese kampioenschappen. “Toch was er nog voldoende tijd om mijn dochter een paar jaar te coachen op de hockey,” lacht Astrid.

Thuisfront moet meewerken

Lachen doen ze veel bij de familie Van den Hoogenband. “Je kunt talent hebben, maar als je geen plezier hebt, wordt het niets.” Weet Astrid als geen ander. Ze gaf jarenlang jongeren les bij zwemschool PSV in Eindhoven en zag keer op keer dat het geen enkele zin heeft om kinderen te pushen. Ze moeten zelf willen en vragen wanneer ze weer mogen trainen anders houd je het niet vol. Ik heb altijd tegen Pieter gezegd dat hij voor zichzelf zwemt. Zodra hij zwemmen niet meer leuk vond, moest hij vooral snel stoppen.” Bij Pieter is dat nooit im frage geweest. “Sporten is zoveel meer dan talent. Ook mentaal telt mee en het geluk van geen blessures. En dan moet ook het thuisfront nog mee wíllen en kúnnen werken.” Dat was met een sportieve ma Van den Hoogenband als spin in het web geen issue.

Tijd voor het echte werk

“Het viel me al snel op dat als ik iets voordeed in het zwembad dat Pieter me nadeed. Hij vond zwemmen leuk en was leergierig. Ik heb Pieter van z’n 8ste tot zijn 14de zelf getraind. Terwijl hij ook nog tenniste, versloeg hij in het zwembad leeftijdgenoten in Brabant en al snel in heel Nederland. Dat ging maar door. Tijdens de jeugd Olympische Spelen in 1994 won hij en werd het tijd voor het echte werk.” Na zes jaar is Astrid een trainer/coach gaan zoeken die tijd had om hem fulltime te helpen. “Moedercoach zijn ging goed, maar het niveau werd te hoog. Toen kwam Jacco Verhaeren en dat is altijd zijn trainer gebleven en is inmiddels zijn beste vriend. Ik ging verder met het begeleiden van andere talenten.”

Strakke planning

“Best een drukke en hectische tijd, maar we zijn er in opgegroeid,” vertelt Astrid. “Als moeder kon ik goed tegen de hectiek. Dat was ik vanuit de zwemwereld gewend. Het liep perfect thuis.” Zo’n sportgezin vraagt enkel om een strakkere organisatie. “’s Middags kookte ik al voor het avondeten. Dat nuttigden we direct na school, om 15.30 uur. Daarna reed ik met drie kinderen op de achterbank naar het zwembad en waren we rond half 8 pas thuis. Mijn man was traumachirurg en at meestal een magnetronmaaltijd die ik voor hem klaarzette. Om alles rond te krijgen, hadden we een strakke planning van slapen, opstaan, eten en trainen,” denkt Astrid terug. “Wat dat betreft zijn de kinderen opgevoed met discipline en regelmaat.”

Eigen rol en taak

Pa Van den Hoogenband was 25 jaar clubarts bij voetbalvereniging PSV dus het hele gezin bezocht ook nog eens alle thuiswedstrijden. “Alleen op zondag hadden we gezamenlijk ontbijt. Het ging altijd goed en we kijken er allemaal met plezier op terug.” Het kwam mooi uit dat pa Van den Hoogenband het maar saai vond om uren in een zwemarena te zitten om Pieter een paar seconden te zien zwemen. Als het lukte, ging hij altijd met Robert naar waterpolo. Ik ging (zeker toen ik hem nog trainde) met Pieter mee. Veronique was gelukkig een gemakkelijk kind en vond het allemaal best. Mijn ouders paste vaak op. Zo had ieder zijn rol en taak om alle sportevenementen in goede banen te leiden.”

Hele belevenis

Toen Pieter eindelijk z’n rijbewijs had en alleen naar trainingen kon, reed ik met Robert naar waterpolo in Zeist. De jongens schelen zes jaar. Van het ene kampioenschap gingen we naar het andere. Het hele gezin reisde altijd mee naar het buitenland. Mijn man zat in de medische begeleiding van het Nederlands team dus die was er toch. We zijn naar de Spelen in Sidney, Beijing, Athene en Atlanta geweest. We hebben de mooiste momenten van ons leven beleefd.” Op de vraag wat het mooiste moment van haar leven was, zegt Astrid: “Het moment waarop je je kinderen krijgt, maar dat maken zoveel mensen mee.” En dan: “De eerste keer dat Pieter Olympisch kampioen werd. Dat was in Sidney op de 200 meter vrije stag. Hij moest tegen Ian Thorpe, de gedoodverfde Australische kampioen. Er zaten 17.000 mensen in het stadion, waarvan 14.000 voor Thorpe. Toen Pieter aantikte en het wereldrecord zwom, was het Olympisch Stadion drie seconden doodstil. Toen begon iedereen te juichen voor Pieter,” vertelt ze trots. “Ik kon het niet bevatten Vier jaar later herhaalde hij dat op 100 meter vrij. De eerste keer was zo onverwacht en onwerkelijk. Het hele gezin was erbij. Net als vrienden en de bestuursleden Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland die mijn man had opgezet. We hebben met een grote groep aan de andere kant van de wereld feest gevierd. Echt leuk!”

Vingertoppen bewegen

“Qua planning thuis heb ik nooit stress gevoeld, maar als je kind tijdens de Olympische Spelen op een startblok staat, word je gek. Dan is de spanning gigantisch. Als een kind moet afzwemmen voor het zwemdiploma of optreedt in de eindmusical van groep 8 is dat ook spannend, absoluut. Maar als je zoon in 48 seconden moet laten zien waar hij zich de afgelopen vier jaar kapot voor getraind heeft…..dat is even andere koek. Als hij op het startblok één keer met z’n vingertoppen beweegt, is hij af. Zenuwslopend.”

Koffers pakken

Inmiddels heeft Astrid de tijd aan zichzelf. “Alle drie de kinderen hebben kinderen, dus daar passen we af en toe op. Twee keer per week geef ik nog revalidatietraining. Mijn man ik vinden sporten heerlijk en het houdt bovendien de geest soepel. We zitten graag op de spinningfiets en de mountainbike. Mijn man is chef arts bij NOC*NSF en is veel vaker thuis dan vroeger.” Ze hebben dankzij de sportieve prestaties van de kinderen al veel van de wereld gezien, maar zodra de kans zich voordoet, pakken ze de koffers en gaan ze op reis.

“We moeten niet nádenken, maar vóórdenken”

De sfeer zit er meestal goed in tijdens evenementen waar veel mensen samenkomen. Daar is echter heel wat werk aan vooraf gegaan. Ruim voordat iedereen binnen is, zijn er heel wat noten gekraakt.

“Om grote voetbalwedstrijden, festivals en andere evenementen soepel te laten verlopen, zijn veel mensen nodig,” weet Frank Wijnveld van CrowdProfessionals. “Ieder onderdeel in de organisatieketen heeft een eigen verantwoordelijkheid.” Hij legt uit: “Voert een steward zijn werk niet uit dan loopt het vast. Maakt de technische dienst een foutje rondom stroom dan gaat het licht niet aan of doet de tv-camera het niet. Ieder radartje heeft z’n eigen rol. Als de gemeente of de politie niet meewerkt, komt er sowieso geen evenement. Afstemming is van belang. Soms zelfs van levensbelang.” Frank doelt op de Love Parade in Duisburg waar 21 doden en 625 gewonden vielen in 2010.

Elkaar aanspreken
“Als crowd professional maak ik analyses, bedenk er een plan bij en smeed partijen aan elkaar om het plan zo goed mogelijk uit te voeren.” In plaats van een ‘veiligheidsplannetje’ waar niet goed over na is gedacht, heeft Franks een IOP ontwikkeld. Dit Integraal Organisatie Plan regelt niet alleen de taken van de organisatie zelf, maar ook de taken en verantwoordelijkheid van politie, gemeente, GHOR, brandweer, security en andere leveranciers binnen de integrale organisatie. “Iedereen weet wat zijn aandeel is en spreekt elkaar aan als dat nodig is.” Frank verduidelijkt: “We verdelen niet alleen de rollen, we komen samen. Kijken elkaar in de ogen.”

Domino-risico
“Doet één partij zijn werk niet, dan ontstaat een domino-risico,” waarschuwt Frank. “Managet een parkeerregelaar een parkeerplaats niet goed dan loopt de weg vast en komen spelers- of supportersbussen te laat aan. Mensen worden zenuwachtig, raken geïrriteerd en gaan misschien zelfs wel op de vuist. Daarom moet je niet nádenken, maar vóórdenken,” is een veelgehoorde uitspraak uit de mond van Frank.

Frank weet waar hij het over heeft. Jarenlange werkte hij bij  de politie, waar hij ook als ME-lid optrad. Daarna is hij 10 jaar veiligheidsmanager bij PSV geweest. Vanuit CrowdProfessionals heeft deze ondernemer de afgelopen 5 jaar events op zijn naam staan als Tomorrowland, Sail Amsterdam, Koningsdag Groningen, de huldiging van Feyenoord 2017 en de UEFA Europa League Finale in Lyon.

Gespecialiseerde simulatie software
“Ik raak niet snel in paniek,” geef hij toe. “Doordat ik veel bezig ben met mensenmassa’s kan ik redelijk voorspellen wat er gebeurt. Om inzicht te krijgen in complexe situaties gebruikt hij gespecialiseerde simulatie software. Met profilers zijn we al buiten het terrein bezig met signaleren van afwijkend gedrag. Samen met de politie maken we hierdoor de buitenschil al veiliger. Alles is zó goed voorbereid, dat ik op de dag van de uitvoering met mijn handen in m’n zakken moet kunnen rondlopen.”

Ondergang
Frank kan het maar niet genoeg benadrukken: “Als je samen geen hele strakke afspraken maakt en elkaar positief kritisch aanspreekt, ben je kansloos. Als je pas op de dag zelf gaat afstemmen, ben je te laat en dan kan het razendsnel uit de hand lopen. Dat is niet goed voor de veiligheid van bezoekers en funest voor het imago van een evenement.” Voor de Love Parade betekende een slecht voorbereid event na 21 jaar de ondergang van het grootste dancefeest ter wereld.